De 2de Wereldoorlog

 In de geschiedenis van ons dorp zijn vele markeringspunten. Zo loopt het alsmaar durende gevecht met en tegen het water als een rode draad door onze historie. De vele overstromingen zijn daar nog getuige van. Een ander dieptepunt in onze geschiedenis is de 2de wereldoorlog.

Aanvankelijk kwam Hank er goed van af. Tijdens de eerste oorlogsjaren kabbelde het leven, zij het onder streng toezicht van de Duiters, gewoon verder. Er was hier mee te leven. Dat veranderde drastisch toen de geallieerden hun opmars in Brabant begonnen. De Duitsers werden teruggedreven en zochten hun heil achter de grote rivieren. Voor de zoveelste keer in een oorlog was De Maas een haast onneembare barrière. De voorspoedige opmars kwam dan ook abrupt tot stilstand aan De Maas. Hankenaren keken reikhalzend uit naar hun bevrijders die de oever van de Bergsche Maas hadden bereikt. De teleurstelling was groot toen bleek dat de Canadezen en Polen geen kans zagen om snel De Maas over te steken. De Duitsers hier werden zenuwachtig en trokken de teugels stevig aan. Van de een op de andere dag lag Hank in de frontlinie met alle gevolgen van dien. Over en weer beschietingen. Hank werd één grote puinhoop. Op 31 oktober 1944 lieten de Duitsers de Keizersveerse brug springen en verloor Hank alle contacten met de overkant. Hoe zou het in het bevrijdde Raamsdonksveer en Geertruidenberg zijn vergaan? Sporadisch kwam zo af toe een bericht doorgesijpeld, maar naar de echte toestand aan de overkant moest men maar raden. Historicus Bas Zijlmans vertelt nu aan de Hankenaar hoe het allemaal is vergaan vanaf de dag dat de Polen Raamsdonksveer binnen trokken. Al lezende wordt het duidelijk waarom men niet verder kwam dan de oever van de Bergsche Maas.

Deel 1 van onze serie is dan ook Terug in de tijd, terug naar de overkant. In volgende delen gaan wij u verhalen vertellen over de oorlog in ons dorp en al zijn verwoestingen. Klik hieronder op  “Terug in de Tijd, terug naar de overkant”.

Terug in de Tijd

De oorlog in een koolzaadveld

Door Paul de Schipper

Vandaag  4 mei dodenherdenking. Vooralsnog  de herdenking van de doden aan de kant van ‘de goeden’, de Geallieerden, de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog die begon op 10 mei 1940. Toen in Raamsdonksveer de nu 88-jarige Harrie van Steijn uit het dakraam keek, knallen hoorde en witte wolkjes in de lucht zag.

Voor jongeren is die oorlog een verwegverhaal van oude foto’s en trage zwart-witfilms. Toch kwam die oorlog toen heel dichtbij. Anno 2013 is het voor velen een geschiedenis van kleine herinneringen. Neem  het kiekje van een Duits troepentransporttoestel dat op zaterdag 11 mei 1940 een noodlanding maakte in de polder Lepelaar bij Hank, maar grondgebied van de toenmalige gemeente Made en Drimmelen.

Jonge mannen die trots op de romp van een neergestort vliegtuig zitten. De foto moet gemaakt zijn in de meidagen van 1940 toen in de polder de Lepelaar bij Hank een Duits militair transporttoestel lag. De mannen zijn trots, ze staan op een vernield icoon van de vijand, een beeld  van alle tijden. Dansen op de nederlaag van je tegenstander. Zoals Afghanen op het wrak van Amerikaanse helikopters.

Het moet een Nederlandse schutter geweest zijn die het toestel omlaag haalde. Een gelukstreffer van een soldaat die het  luchtafweergeschut bij Keizersveer bediende in die meidagen, net na de inval van de Duitse troepen in Nederland. Dat luchtafweergeschut dat de brug van Keizersveer verdedigde stond op het grasveld achter het nu gesloten café De Keizer aan de noordkant van de brug. Het werd bediend door het dekkingsdetachement Keizersveer: ongeveer 80 militairen van het 6e regiment infanterie.

“Daar vandaan werd toen stevig geschoten”, weet Harrie van Steijn die toen vanuit het dakraam nieuwsgierig  de wereld in oorlog en de strategische gelegen brug observeerde: “Er was toen nog niet zoveel bebouwing en je kon tot Hank kijken. Ik heb veel ontploffende granaten gezien.”

Een Duitse Junkers 52 met parachutisten op weg naar de Moerdijkbruggen of Rotterdam wordt op de ochtend van 11 mei geraakt. De piloot weet het toestel aan de grond te zetten in de Lepelaar. Een gekraakt landingsgestel, maar een geslaagde noodlanding. De bemanning en de para’s stappen rond 9 uur met wat schaafwonden uit het toestel. Ze maken de boordmitrailleurs onklaar en wandelen naar de dichtstbijzijnde boer: op de koffie. Aan tafel in de boerderijkeuken toont  een van de Duitsers de boer een foto van de Britse premier Churchill. De boer kent die kop niet, denkt dat het Hitler is en zegt: ‘Die moeten ze doodschieten.’ Grote hilariteit bij de Duitsers.  Die wandelen vervolgens weer het veld in, en laten zich van de polder De Dood met een motorboot overzetten naar de polder Ganzenwei. Omzichtig naderen ze daar een boerderij. Boer Sal Glerum ziet ze komen in de polder De Kroon. Hij pakt de telefoon en alarmeert de in Werkendam gelegerde militairen die de Hollandse waterlinie verdedigen dat er Duitsers in de polder lopen. En slaat dan op de vlucht. De Duitsers schieten, maar waarschijnlijk niet gericht. De boer rept zich naar Werkendam en alarmeert. Die rukken met honderd man een legertruck op naar de Biesbosch. Ze omsingelen de polder en ontdekken dat de Duitsers zich verborgen houden i n een koolzaad veld. Een Nederlandse soldaat, een lange Limburger die vloeiend Duits spreekt, brult: ‘Overgeven’. Dan springt een van de Duitsers overeind. Hij wordt prompt in zijn arm geschoten en valt gillend op de grond. Dat helpt want ook de andere gehelmde koppen duiken nu, geschrokken, uit het koolzaad op. Ze worden via Scheveningen naar Engeland afgevoerd en blijven dar tot 1945 in krijgsgevangenschap. Dat is nog niet het eind van het verhaal. Een dag later ziet landbouwer Janssen tot zijn verbazing nog een Duitser uit het koolzaad opduiken. De man durfde eerder niet op te staan maar heeft na een weinig comfortabele nacht toch maar besloten zich over te geven. Hij wordt met groot militair vertoon naar Werkendam gebracht.

En de eenzame gestrande Junkers  52 in de Lepelaar? Die wordt later door de boeren vakkundig gestript. De Werkendamse historicus Thomas Westerhout: “Het was mooi materiaal, lichtgewicht, goed buigzaam. In Hank moet nog ergens nog een dak op een kippenhok liggen dat afkomstig is van de vliegtuigromp.”

 

Bron: Archief Thomas Westerhout, Stichting*Archiefkring Hank.